DESKTOP
TABLET
SMALL TABLET
SMARTPHONE

Oog in oog met een berggorilla in Rwanda

Hier vind je het verhaal van journalist Sebastiaan Bedaux over zijn ontmoeting met de gorilla’s in Rwanda:

“Het is zo’n moment dat je leven verandert”, lacht één van de gasten van de Sabyinyo Lodge. De Amerikaan is hier met zijn hele gezin en gaat nu al drie dagen op rij op bezoek bij een gorillafamilie, telkens een andere uiteraard. Ik reken snel even uit hoeveel dat moment hem moet gekost hebben: zes familieleden maal drie dagen maal 750 dollar. Dat is 13.500 dollar aan gorillabezoekjes. Een smak geld, maar als het je leven verandert… Zelf heb ik nog geen flauw idee wat me te wachten staat. Het absolute hoogtepunt van een reis naar Rwanda, zo wordt me meermaals verteld. Maar zulke uitspraken brengen hooggespannen verwachtingen met zich mee en ik stel me de vraag of die ingelost kunnen worden.  Want Rwanda is wel héél bijzonder.

CHIMPANSEES IN RWANDA

Nog maar een paar dagen eerder ging ik op chimpanseetrekking in het Nyungwe Forest National Park, één van de oudste bossen van het Afrikaanse continent. En hoewel chimpansees erg schuw zijn, stond ik met open mond te kijken naar een tiental exemplaren in een bijzonder hoge boom. En naar de vele franjeapen, l’Hoëstmeerkatten en meer dan driehonderd exotische vogelsoorten die dit woud rijk is. “Maak je geen zorgen. Je eerste ontmoeting met gorilla’s is nog van een andere orde”, aldus de Amerikaan.

OP ZOEK NAAR DE GORILLA’S

De volgende ochtend staan we weer lang voor zonsopgang op om ons mentaal (en culinair, een ontbijtje is wel handig vlak voor zo’n lange hike) voor te bereiden op de ‘moeder aller dierenontmoetingen’. Bovendien moeten we onze koffers al inpakken omdat we vlak na de gorillatrekking richting Kigali moeten voor onze terugvlucht. Rond 6.30 uur komen we net als gisteren aan bij het hoofdkwartier. Dit is vermoedelijk de enige plek in Rwanda met een zuchtje massatoerisme, als je zeventig in beige en kaki getooide blanken al een massa kunt noemen. Alweer merk ik een soort spanning op, een gevoel van anticipatie dat door het hoofdkwartier waait. Al kan dat ook aan mij liggen, want mijn verwachtingen staan hooggespannen. Tot mijn verbazing word ik ingedeeld in de ‘gemakkelijke’ groep, die van zilverrug Agashya. “Voor sommige groepen duurt de tocht drie tot vijf uur”, legt gids Janvier uit. “Omdat jij vanavond terugvliegt, heeft je chauffeur me gevraagd om je in deze groep in te delen. Meestal duurt het maar een halfuurtje om Agashya en zijn familie te spotten. Zo ben je ruim op tijd terug.” Als ik rond me kijk, wordt het snel duidelijk dat dit groep ‘easy’ is: drie Amerikaanse dames met een vermoedelijk dodelijk hoog BMI, een bejaard Australisch koppel en ikzelf, een knul van 34. Toch is het deze knul die de meeste moeite heeft met de afdaling in de krater. Een schoeiselprobleem (gladde zolen) waardoor ik om de drie stappen uitglijd en meters naar beneden donder. Ik kan er wel om lachen, de anderen in mijn groep ook. Totdat Agashya niet blijkt op te dagen. “Gorillatrekking is geen exacte wetenschap. We weten dus nooit precies waar de dieren zich bevinden. Volgens onze ‘trackers’ zijn ze nu aan de andere kant van de krater en zitten ze tegen de helling op. Het beloofde halfuurtje om Agashya te spotten loopt uit tot anderhalf uur. De Amerikaanse dames kreunen. “We komen nu in de buurt”, zegt Janvier. “En ik ga jullie uitleggen hoe we ons bij de gorilla’s moeten gedragen. Veel zal afhangen van hun gemoedstoestand. Als er net ruzie is geweest met een andere groep, dan zal Agashya misschien wat geagiteerd zijn. Hij is heel beschermend over zijn familie.

Sinds hij aan de macht is, is de groep gegroeid van 13 leden tot 27, waaronder een aantal jonkies, adolescenten en volwassen wijfjes. Agashya is de dominante zilverrug. Hij valt heel makkelijk te spotten omwille van zijn… zilverkleurige rug. Hij is de enige zilverrug in de groep. Het is zeer belangrijk dat jullie hem niet in de ogen staren. Als hij – of een van de andere gorilla’s in de groep – zich kwaad maakt en op je afkomt, maak je je klein, ga je aan de kant, kijk je weg en maak je dit geluid.” Janvier stoot de lucht uit zijn longen en herhaalt dat een paar keer. Wij doen hem na, want je weet maar nooit.

EEN DUW VAN EEN GORILLA

Een kwartier later, tijdens onze klim naar boven, hoor ik de eerste ‘aaahs’ en ‘ooohs’. Ik wandel helemaal achteraan dus moet het langst wachten om mijn eerste gorilla te spotten. Maar dan zie ik het: twee babygorilla’s speelvechten met elkaar en rollen naar beneden. Op twee meter afstand van mijn overdreven zware zoomlens komen ze tot stilstand. Ik kan het haast niet geloven. Even verderop houdt Big Mama een oogje in het zeil. Plots komt ze naar beneden gewandeld, in mijn richting. “Geef haar wat plaats”, roept Janvier. Ik zet een stap naar links en laat net genoeg plaats voor de reusachtige mensaap. Ze duwt me een klein beetje aan de kant. Wat een ongelooflijk moment. Een duw krijgen van een gorilla, nooit gedacht dat ik daar zo vrolijk van zou worden. Dan klimmen we in groep omhoog, om dichter bij Agashya te komen. Hij zit naast één van zijn wijfjes en kijkt stoïcijns voor zich uit. Tot ik dus te lang naar hem staar, totaal gebiologeerd en van mijn sokken geblazen door de ‘menselijkheid’ in zijn ogen. De zilverrug staat recht en klopt op zijn borst. Een joekel! Nadat hij gekalmeerd is, zien we één van zijn zonen – een zilverrug in wording – gewond naar zijn moeder kruipen. “Deze jongen is afgelopen nacht naar een andere groep gorilla’s geslopen, om te paren met één van de wijfjes daar. Blijkbaar heeft hij het er niet zo goed vanaf gebracht. Kijk naar de wondes op zijn hoofd en handen. Het zou me niet verbazen dat hij zo meteen ook nog eens gestraft wordt door zijn vader.” Een gids heeft blijkbaar altijd gelijk. Twee minuten later stormt Agashya naar beneden en de andere gorilla’s zetten het op een lopen. Ook wij dalen weer af om het tafereeltje te volgen. Maar van een afstraffing is geen sprake. Op het vlakke, dichtbegroeide gedeelte van de krater zet Agashya zich rustig op zijn kont, trekt een hoop stengels uit de grond en begint te smullen. Die pose en activiteit houdt hij nog een halfuur vol, totdat het tijd is voor de toeristen om op te krassen. “Eigenlijk mogen we maar een uurtje bij de gorilla’s blijven. We willen ze niet te veel laten wennen aan menselijke aanwezigheid. Het blijven wilde dieren en het is hier geen dierentuin.” Na een fikse klim uit de krater staan we weer aan de rand van het park. “Dat was ongelooflijk. Onwaarschijnlijk. Prachtig.” Net als de Amerikanen en de Australiërs ben ik nog steeds in shock. Een moment dat je leven verandert? Ik denk het wel…

Lees meer over de reis naar Rwanda.